Goedertierenheid

pagina 109 t/m 110

Sinds de komst van de Nieuwe Bijbelvertaling is ‘goedertierenheid’ met uitsterven bedreigd, terwijl je dat woord vroeger gewoon in het wild tegenkwam. In een psalm bijvoorbeeld, of in een vermaning van Paulus.

Of veracht gij de rijkdom van zijn goedertierenheid, verdraagzaamheid en lankmoedigheid, en beseft gij niet, dat de goedertierenheid Gods u tot boetvaardigheid leidt?

De NBG-vertalers ben ik dankbaar dat ze de goedheid en het geduld hebben kunnen opbrengen om ‘goedertierenheid’ liefdevol te laten staan, in de jaren vijftig van de vorige eeuw.

Ook de HSV’ers lieten ‘goedertierenheid’ gewoon staan, terwijl ‘lankmoedigheid’ ook hen te ver ging.

Het genootschap Onze Taal verkoos ooit ‘desalniettemin’ tot mooiste Nederlandse woord. Je voelt inderdaad wel aan dat dat aangenamer klinkt dan ‘grachtengordel’. Maar ‘goedertierenheid’, met die door buitenlanders verafschuwde grauwe g en haast hatelijke h: heerlijk om lekker losjes op je lippen te leggen!

Zo’n woord moet je proeven terwijl je het over je tong laat gaan. Marc van Oostendorp wees er in zijn boekje Heb je nou je zin al op dat ‘desalniettemin’ zo lekker uitspreekt omdat alle medeklinkers voor in je mond gevormd worden. ‘Goedertierenheid’ heeft dat met haar begin-g niet, maar herbergt juist daardoor iets guls. Je spreekt het echt uit. Als dat woord over je spraakpapillen paradeert, heeft het een uitgesproken smaak. Terwijl ‘desalniettemin’ meer op het puntje van je tong ligt. Daarentegen heeft ‘des’ iets van ‘desinteresse’, terwijl ‘niet’ en ‘min’ ook iets nikserigs of zelfs negatiefs over zich hebben.

Het luistert nauw, die uitspraak van woorden die we nauwelijks kunnen bevatten. Net als met ‘genade’: het heeft iets stugs, iets onverschilligs door dat ‘dûh...’ Maak je er ‘gena’ van, dan heeft het met die open ‘aah!’ iets uitnodigends. ‘Genade’ neem je in de mond. ‘Gena’ is op uw lippen uitgestort.

‘Goedertierenheid’: ik hoop dat het nooit zal vergaan.

Toen mijn dochter nog nauwelijks kon lezen, gingen we eens naar een kerkdienst van een andere gemeente. En omdat ze ‘bij ons’ oude berijming zongen en daar al decennialang de nieuwe, ging het mis toen Psalm 136 werd ingezet. ‘Hé, die ken ik!’ zeiden twee pretoogjes tussen twee al even vrolijke staartjes. ‘Dat is die ene, waar alle coupletten hetzelfde eindigen.’

Want Zijn gunst alom verspreid
zal bestaan in eeuwigheid.

Ze zong het door alles en iedereen heen. En hard. Onschuldig, grappig misschien zelfs, maar ook wel pijnlijk. Want wie één keer de Nieuwe Berijming gezongen heeft, wil nooit meer de oude Psalm 136 terug.

Goedertierenheid: 150 hits in de Statenvertaling waarvan 113 in Psalmen. Wat bezielt iemand om ‘gunst’ te vertalen? ‘Gunst’, dat is zoiets als ‘verhip’. Terwijl ‘alom verspreid’ me doet denken aan scherven op de vloer als iets helemaal aan diggelen ligt. Neergesmeten, teneergeslagen.

De schoonheid van het woord komt nog meer tot uiting als je de melodie eronder zet: eerst twee lange noten op ‘want - zijn’. En daarna schrijdt die vijflettergrepige schoonheid over je tong en langs je lippen.

Verdraagzaamheid en lankmoedigheid, ik vind het allemaal best. Maar als er ooit nog eens een herstelde, herziene of nog nieuwere berijming komt: van die goedertierenheid blijven ze af.